Kinderen

‘De straat is mijn thuis’.

Straatkinderen zijn kinderen die dag en nacht op straat leven. De straat is hun thuis geworden. Het zijn de kinderen die volstrekt op zichzelf zijn aangewezen. Het contact met hun familie is meestal verbroken. Vaak zijn ze van huis weggelopen, omdat de situatie thuis erg problematisch is. Slechte levensomstandigheden, gebroken gezinnen, alcoholisme, geweld en gebrek aan liefde. Voor kinderen die in zulke situaties leven, lijkt het leven op straat aantrekkelijk. Het leven op straat biedt de kinderen grote vrijheid. Ze kunnen doen en laten wat ze willen en hoeven zich nauwelijks aan regels te houden. Maar die vrijheid heeft ook een keerzijde. Eenmaal op straat volgt er vaak een harde strijd om het bestaan. Het recht van de sterkste is op straat letterlijk van toepassing. Bedelen, stelen, vechten, strijden om eten of drinken, terpentine en drugs. Iedere dag is weer een zoektocht naar wat te eten, te drinken en aan het eind van de dag een veilige slaapplaats.

Straatkinderen houden zichzelf soms in leven met het geld dat ze verdienen met kleine klusjes. Veel kinderen verdienen hun brood door te bedelen, diefstal of prostitutie. Veel tienermeisjes op straat zijn zwanger. Zo hebben veel straatmeiden op hun achttiende al meerdere kinderen.

Kleine kinderen wekken vaak nog wel medelijden op en krijgen bij bars en restaurants wat toegestopt. De grotere kinderen worden alleen nog maar als een bedreiging beschouwd. Veel mensen zijn bang beroofd te worden en houden afstand..

 

 ‘Als ik er niet bij hoor, overleef ik het niet.’

Het is moeilijk om als straatkind alleen op straat te overleven. Je loopt grote risico’s om beroofd, opgepakt of zelfs vermoord te worden. Daarom zoeken bijna alle straatkinderen de bescherming van een groep of bende op. Deze groepen zijn heel verschillend in samenstelling, manier van samenleven, aantal kinderen, leeftijden en de manier waarop ze hun geld verdienen. Zo zijn er kinderen die zich aansluiten bij een hechte groep, waar men goed voor elkaar zorgt. Er zijn ook groepen die echt tot de categorie jeugdbendes moeten worden gerekend. Deze groepen verdienen hun brood door misdaad en afpersing.
Het leven voor jonge kinderen in deze bendes is bijzonder hard. Ze worden gebruikt voor allerlei criminele klussen, zoals inbraken, berovingen en vervoer van drugs. Over het algemeen bestaat in deze bendes een sterke hiërarchie waarbij de kinderen zich moeten onderwerpen aan de ouderen. Vaak gaat dit gepaard met (seksueel) misbruik. Andere groepen zijn veel minder hecht. De kinderen slapen wel bij elkaar op één plek en delen soms eten of drugs met elkaar, maar er zijn niet veel regels. In deze groepen is de onderlinge solidariteit soms ver te zoeken.
Bijna alle groepen hebben een formele of informele leider. Meestal is dit één van de oudere en fysiek sterkste jongens van de groep. Deze leider waakt constant over zijn leiderschap en de veiligheid van ‘zijn’ groep. De straatkinderen uit de groep betalen de leider in ruil voor zijn bescherming vaak een deel van het geld dat zij die dag verdiend hebben. Van meisjes wordt soms verwacht dat ze de leider met seksuele diensten betalen. Tussen de verschillende bendes heerst vaak een grote rivaliteit. Ook hier worden straatkinderen vaak het slachtoffer van. Zo kan het lid zijn van een bepaalde bende reden zijn om in elkaar geslagen te worden door andere straatkinderen.

 

 ‘Als ik lijm snuif is het alsof ik een reis maak.’

Om kou, honger en pijn te verdrijven, gebruiken veel kinderen drugs. Veel straatkinderen snuiven lijm. Deze stof zorgt ervoor dat de longen op den duur beschadigen. Het gevolg is dat veel straatkinderen last hebben van luchtwegaandoeningen. Op de langere duur gaan de longen zelfs zo slecht functioneren dat ze de hersenen niet meer goed van zuurstof kunnen voorzien. Dit kan permanente beschadiging van de hersenen tot gevolg hebben.

Tegenwoordig zijn veel straatkinderen verslaafd aan crack. Ze zijn steeds weer opzoek naar een volgende shot. Kinderen prostitueren zich voor nog geen € 1,- om zo hun volgende shot weer te kunnen halen.

Een leven op straat heeft grote gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen. Een belangrijke belemmering voor hun ontwikkeling is dat ze meestal niet naar school gaan. Hierdoor worden de mogelijkheden beperkt om zich aan een leven op straat te ontworstelen en lopen ze een grote achterstand op bij hun leeftijdsgenoten. Het straatleven brengt ook enorme gezondheidsrisico’s met zich mee. Veel straatkinderen worden mishandeld en ook de hygiëne laat te wensen over. Chronische ontstekingen kunnen het gevolg zijn. Ook het gebruik van drugs bedreigt de gezondheid.

 

‘Niemand houdt van mij’

Misschien nog het meest schadelijk voor de ontwikkeling van straatkinderen is het gebrek aan liefde en zorg. Veel straatkinderen hebben een negatief zelfbeeld omdat ze het gevoel hebben dat niemand om hen geeft. Uiteindelijk zorgt dit gebrek aan zelfvertrouwen voor psychische problemen die het zelf aangaan van stabiele relaties beperkt.

 

‘Ik ben nooit veilig.’

‘De straatkinderen zijn voor niemand iets waard. Ze zorgen dikwijls alleen voor overlast’. Sommige overheden beschouwen straatkinderen als een plaag, een storend element in de samenleving en worden straatkinderen regelmatig mishandeld en soms zelfs vermoord. De daders zijn vaak politie, bendes en moordbrigades die door winkeliers worden ingehuurd om ‘de straat schoon te houden’. Het is vaak erg moeilijk om de daders te vervolgen. Straatkinderen hebben geen toegang tot advocaten en rechtshulp.
De laatste jaren is er meer aandacht voor dit probleem en kunnen straatkinderen ook hulp krijgen bij juridische processen tegen de daders. Maar dit zijn vaak zeer langdurige processen die niet altijd het gewenste resultaat hebben.

 

‘Ga jij mij ook slaan.’

De kinderen die op de opvangboerderij wonen, hebben gelukkig niet (lang) op straat geleefd. Helaas komen ze allemaal wel uit risicovollesituaties, waardoor het niet meer veilig was om thuis te wonen. Alle kinderen die op de boerderij wonen zijn (sexueel) mishandeld.
Een meisje van 5 jaar had rommel gemaakt in een ander huisje. Ze werd bij mij gebracht. Ik riep haar en zei: ‘He, kom eens eventjes bij mij.’ Ze kromp ineen en met grote angstogen vroeg ze mij: ‘Tia, je gaat me toch niet slaan?’
Ik heb haar in mijn armen genomen en een dikke knuffel gegeven. Wat heeft zo’n grietje allemaal wel niet meegemaakt in haar jonge jaren? Het doet pijn om de angst in haar ogen te zien flikkeren.

Kinderrechten:

Kinderen hebben recht op:
–       Een naam en een nationaliteit
–       Zorg, voeding en onderwijs
–       Bescherming tegen oorlog
–       Bescherming tegen kinderarbeid
–       Bescherming tegen mishandeling, misbruik en geweld
–       Bescherming tegen seksuele uitbuiting en misbruik
–       Extra hulp als ze gehandicapt zijn
–       Extra hulp als ze leven zonder hun ouders
–       Extra hulp als ze gevlucht zijn
–       Extra hulp als ze in de gevangenis zitten
–       Vrijheid van meningsuiting
–       Informatie

Comments are closed.